Je BMI bereken je door je gewicht in kilo’s te delen door je lengte in meters in het kwadraat. Met een rekenmachine heb je het in tien seconden. Lastiger is wat je met de uitkomst moet, want juist bij mannen die sporten of ouder worden zegt dat ene getal maar een deel van het verhaal.
- de formule stap voor stap met twee rekenvoorbeelden
- wat je uitkomst betekent, met een tabel
- waarom de BMI bij gespierde mannen de plank misslaat
- hoe buikomvang en vetpercentage het beeld compleet maken
- welke grenzen gelden als je ouder bent dan 70
De BMI (body mass index) is een getal dat je gewicht afzet tegen je lengte. Je berekent hem door je gewicht in kilo's te delen door het kwadraat van je lengte in meters, en bij volwassenen geldt een BMI van 18,5 tot 25 als gezond.
Zo bereken je je BMI in twee stappen
De formule is simpel. BMI is gewicht gedeeld door lengte maal lengte. Het enige waar je op moet letten, is dat je lengte in meters staat en niet in centimeters.
- Reken je lengte in het kwadraat. Vermenigvuldig je lengte in meters met zichzelf. Ben je 1,80 meter, dan is dat 1,80 keer 1,80, oftewel 3,24.
- Deel je gewicht door die uitkomst. Weeg je 80 kilo, dan deel je 80 door 3,24. Je BMI is dan ongeveer 24,7.
Op je telefoon gaat het nog sneller. Typ je gewicht in, deel het door je lengte en deel de uitkomst daarna nog een keer door je lengte. Werk je liever met centimeters, vermenigvuldig je gewicht dan met 10.000 en deel het door je lengte in centimeters in het kwadraat. De uitkomst is precies hetzelfde.
Rekenvoorbeeld voor een man van gemiddelde lengte
Thomas is 1,78 meter en weegt 74 kilo. Zijn lengte in het kwadraat is 1,78 keer 1,78, dat is 3,1684. Dan deel je 74 door 3,1684 en kom je uit op een BMI van 23,4. Dat valt netjes binnen de gezonde marge.
Rekenvoorbeeld voor een lange man
Mark is 1,91 meter en weegt 96 kilo. Zijn lengte in het kwadraat is 1,91 keer 1,91, dat is 3,65. Deel je 96 door 3,65, dan krijg je een BMI van 26,3. Op papier heeft Mark dus licht overgewicht. Of dat ook echt zo is, hangt af van wat er in die 96 kilo zit, en daar kom je verderop achter.
Tip. Weeg jezelf ’s ochtends, na het plassen en voor het ontbijt. Dan schommelt je gewicht het minst en kun je uitkomsten van verschillende dagen eerlijk vergelijken.
Wat je uitkomst betekent
Voor volwassenen tot 70 jaar hanteert het Voedingscentrum vier categorieën. Ze zijn voor mannen en vrouwen hetzelfde.
- Onder de 18,5. Ondergewicht.
- Van 18,5 tot 25. Gezond gewicht.
- Van 25 tot 30. Overgewicht.
- Vanaf 30. Obesitas, waarbij een BMI vanaf 40 als ernstige obesitas geldt.
In de tabel hieronder zie je hoe dat uitpakt bij een paar mannen van verschillende lengte en gewicht. Het laat zien dat twee mannen met hetzelfde gewicht in een heel andere categorie kunnen vallen.
| Lengte | Gewicht | BMI | Categorie |
|---|---|---|---|
| 1,85 m | 62 kg | 18,1 | Ondergewicht |
| 1,93 m | 80 kg | 21,5 | Gezond gewicht |
| 1,70 m | 68 kg | 23,5 | Gezond gewicht |
| 1,88 m | 90 kg | 25,5 | Overgewicht |
| 1,75 m | 82 kg | 26,8 | Overgewicht |
| 1,80 m | 100 kg | 30,9 | Obesitas |
Wil je juist weten welk gewicht bij jouw lengte past, kijk dan in de tabel met het ideale gewicht voor mannen per lengte. Daar is de rekensom al voor je gedaan.
Waarom de BMI bij gespierde mannen misleidt
De BMI weet alleen hoe lang je bent en hoeveel je weegt. Hij ziet niet of die kilo’s uit spieren, botten, vocht of vet bestaan. Spierweefsel is compacter dan vet, dus een man die veel krachttraining doet, weegt al snel meer dan zijn lengte volgens de formule toelaat.
Een man van 1,80 meter die 92 kilo weegt, komt uit op een BMI van 28,4. Volgens de tabel zit hij ruim in het overgewicht. Is hij een fanatieke krachtsporter met een strakke buik, dan klopt dat beeld niet. Rugbyspelers, roeiers en bodybuilders scoren om die reden vaak hoog zonder dat er iets mis is.
Het werkt ook andersom. Een man met weinig spieren kan een keurige BMI van 23 hebben en toch relatief veel vet met zich meedragen, vooral rond de buik. Artsen noemen dat soms normaal gewicht met een verborgen risico. Juist die groep denkt dat het wel goed zit omdat de weegschaal geen alarm slaat.
De BMI houdt verder geen rekening met je leeftijd en je afkomst. Voor mensen van Aziatische afkomst liggen de risicogrenzen bijvoorbeeld lager, omdat vet bij hen eerder rond de organen terechtkomt. De BMI blijft daarom vooral een snelle eerste meting, geen eindoordeel.
Buikomvang en vetpercentage als aanvulling
Je buikomvang meten
Buikvet is het vet dat het meest zegt over je gezondheid, omdat het tussen je organen zit en de kans op hart- en vaatziekten en diabetes type 2 vergroot. Een meetlint geeft daarom vaak meer informatie dan de weegschaal.
Meet staand en met ontbloot bovenlijf. Leg het lint halverwege je onderste rib en de bovenkant van je heupbot, bij de meeste mannen ongeveer ter hoogte van de navel. Adem rustig uit, trek je buik niet in en lees dan af. Onder de 94 centimeter zit je als man goed. Tussen 94 en 102 centimeter is je risico verhoogd, en daarboven sterk verhoogd.
De combinatie is wat telt. Heb je een BMI tussen 25 en 30 en een buikomvang onder de 94 centimeter, dan is er weinig reden tot zorg. Heb je dezelfde BMI met een buikomvang boven de 102 centimeter, dan is het verstandig om er werk van te maken. Ook bij een gezonde BMI is een grote buikomvang een signaal.
Je vetpercentage laten bepalen
Je vetpercentage geeft aan welk deel van je lichaam uit vet bestaat. Voor volwassen mannen ligt een gezond vetpercentage grofweg tussen de 10 en 20 procent, met wat meer ruimte naarmate je ouder wordt. Er zijn een paar manieren om het te meten, elk met een eigen nauwkeurigheid.
- Weegschaal met vetmeting. Handig om thuis een trend te volgen, maar de uitkomst schommelt sterk met hoeveel je hebt gedronken en gegeten. Kijk dus naar de lijn over weken, niet naar losse metingen.
- Huidplooimeting. Een trainer of diëtist meet met een tang de dikte van huidplooien op vaste plekken. Bij een ervaren meter redelijk betrouwbaar.
- DEXA-scan. Een scan die vet, spieren en botten apart in beeld brengt. Het meest precies, maar je hebt er een gespecialiseerde kliniek voor nodig.
Je BMI na je 70e
Ben je 70 jaar of ouder, dan gelden andere grenzen. Een gezonde BMI ligt dan tussen de 22 en 28. Onder de 22 spreek je van ondergewicht, tussen 28 en 30 van overgewicht en vanaf 30 van obesitas.
De reden is praktisch. Op latere leeftijd neemt je spiermassa vanzelf af, en een paar kilo extra geeft reserve als je ziek wordt of een operatie moet ondergaan. Te licht zijn is voor oudere mannen vaak riskanter dan een beetje te zwaar. Een BMI van 23 die voor een veertiger prima is, kan voor een 75-jarige dus al aan de krappe kant zijn. Blijf daarom ook na je zeventigste in beweging, want genoeg beweging helpt je spieren op peil te houden.
Wanneer je naar de huisarts gaat
Komt je BMI boven de 30 uit, of meet je een buikomvang van meer dan 102 centimeter, maak dan een afspraak bij de huisarts. Die kijkt verder dan het getal en kan je bloeddruk, cholesterol en bloedsuiker controleren. Ga ook langs als je zonder duidelijke reden snel afvalt of aankomt, want dat kan op een onderliggende oorzaak wijzen.
Veelgestelde vragen
Hoe bereken je als man je BMI?
Deel je gewicht in kilo’s door je lengte in meters in het kwadraat. Een man van 1,80 meter die 80 kilo weegt, deelt 80 door 3,24 en komt uit op een BMI van ongeveer 24,7.
Is de BMI voor mannen anders dan voor vrouwen?
Nee, de formule en de grenzen zijn voor mannen en vrouwen hetzelfde. Wel verschilt de grens voor een gezonde buikomvang, die bij mannen onder de 94 centimeter ligt.
Klopt de BMI als je veel spieren hebt?
Niet altijd. Spieren wegen zwaar, waardoor gespierde mannen een hoge BMI kunnen hebben terwijl ze weinig vet hebben. Je buikomvang of vetpercentage geeft dan een eerlijker beeld.
Wat is een gezonde BMI voor een man van 70 jaar of ouder?
Voor 70-plussers ligt een gezonde BMI tussen de 22 en 28. Een paar kilo extra geeft op die leeftijd reserve als je ziek wordt.



